Bouwen aan “ Het Ondernemerschap in Vlaanderen “ als comparatief voordeel in de geglobaliseerde wereld

  • KBC-Ceo Johan Thijs in De Tijd van zaterdag 6 januari 2018: ‘Succes is de laatste stap voor de val’. De heer Thijs doelt op de alertheid in het ondernemerschap.

De vraag dient zich aan hoe het is gesteld met de toekomst van het ondernemerschap in Vlaanderen. Het initiatiefrijke ambacht waarvoor onze regio historisch werd geroemd, gedragen door hard werkende ondernemers met geloof in eigen kunnen. Als we over ondernemingen spreken, hebben we het over mensen: over ondernemers en hun medewerkers, over hun gezamenlijke fierheid over het product of de dienst die zij bieden. Maar is dat nog de sfeer waarin het ondernemerschap baadt, is Vlaanderen nog fier op ondernemingszin, biedt onze regio nog de vruchtbare grond voor het ondernemerschap van morgen ?
 

  • We vrezen dat bepaalde omgevingsfactoren evolueren op een manier die de zin en durf om te ondernemen stelselmatig doen afnemen.  Het maatschappelijk discours is gericht op ‘indekking’ en ‘zekerheid zoeken’. ‘Durf om te proberen’ moet in het hoofd van de Vlaming steeds meer plaats ruimen voor ‘angst om te falen. Ivan Van De Cloot laat in een recent Itinera-rapport over het belang van ondernemerschap zien hoe sterk deze faalangst wel leeft bij de Belgen in vergelijking met andere landen (http://www.itinerainstitute.org/nl/artikel/ondernemerschap-belang-en-beleid - juni 2017)  
angst voor falen

 

  • De paradox is dat die zekerheid precies niet kan gevonden worden door vast te houden aan het huidige beproefde succesvolle recept. Schumpeter observeerde en beschreef dit fenomeen (creative destruction). Hij merkte ook dat die cycli elkaar alsmaar sneller opvolgen. Enkele belangrijke oorzaken: 
  1. In het huidig socio-economisch model, dat in een groot deel van de wereld wordt beleefd, worden de deelnemers gestimuleerd op het verkrijgen voor zichzelf van een zo groot mogelijk deel van de koek.
  2. Er zijn 6 miljard breinen in de wereld, die steeds meer toegang (willen) hebben tot een economisch systeem en die ook steeds vlotter met elkaar kunnen interageren (sociale media). De kansen dat er goede ideeën groeien en uitgetest worden, stijgt.
  3. Doordat we met steeds meer mensen zijn, wordt het systeem complexer, met sneller fluctuerende en moeilijker voorspelbare omgevingsfactoren. Deze complexiteit en snelheid zullen zeker verder in de hand gewerkt worden door het Internet of Things, de beschikbaarheid van Big Data en de impact van de grotere bewustwording van de Environmental Issues.
    Wie de veranderende omstandigheden niet in het oog houdt, riskeert niet meer aangepast te zijn.

Tegen die achtergrond is het onrustwekkend dat net nu de attitude en durf om te ondernemen in Vlaanderen afneemt. 

  • We denken dat deze houding een weliswaar natuurlijke, doch niet gewenste evolutie is. Jan Adins werkte een model uit dat deze natuurlijke evolutie beschrijft. In zijn ondernemings-kwadrant zet hij de typologieën van de ondernemingen en ondernemers in beeld. Er zit namelijk een logica in het succes of falen van een onderneming:
Het Ondernemerschap in Vlaanderen

Aan de rechterzijde van de grafiek blijft men zichzelf bevragen, uitdagen en heruitvinden om relevant te blijven. Men probeert in zijn/haar essentie te blijven staan. Aan de linkerzijde is men eerder gericht op het blijven doen wat men al deed.

We merken dat het afglijden van een gestructureerde, creatieve instelling naar de ideeënwoestijn werkt als een soort gravitatiekracht. Het is een natuurlijk proces dat zich voltrekt op verschillende niveaus:

  • De individuele mens
  • Organisaties (ondernemingen)
  • Maatschappijen

Aangezien zowel organisaties als maatschappijen opgebouwd zijn uit mensen, beïnvloeden de drie niveaus elkaar.

 

  • Wat zijn de zichtbare effecten van de zekerheidszoekers en dino’s op de drie niveaus?
    Zonder hier sluitende antwoorden te willen geven, durven we toch de vraag te stellen of de hoge frequentie van burn-outs niet minstens deels kan te maken hebben met het individu dat zich niet meer in zijn essentie weet.
    En wat is er gebeurd met enkele innovatieve en bloeiende Vlaamse ondernemingen, nadat ze van de successen konden proeven of werden opgenomen in grote internationale structuren? Op maatschappelijk niveau viel ons de vaststelling van Carlos von Hardenberg van vermogensbeheerder Franklin Templeton op (De Tijd, 18 januari 2018) op: “De helft van de wereldwijde patenten wordt aangevraagd in de groeilanden, tegen slechts 20% tien jaar geleden”. Kan ook dit geen teken aan de wand zijn van een vorm van ‘complacency’ in de Westerse wereld?
     
  • Tegen de gravitatiekracht kan enkel gewonnen worden door energie in het systeem te steken. Zo kan het hier ook voor entiteiten die zich aan de linkerzijde bevinden. Het is daarvoor nodig om eerst naar het nulpunt toe te bewegen, en dat doet pijn. Het betekent voor een gestructureerde organisatie (of individu) om de structuur los te laten en zo innovatie toe te laten. Voor de chaotische dino betekent het net het omgekeerde: de chaos terugdringen door wat structuur te brengen om zo ruimte te geven aan de creatieve impulsen:
Het Ondernemerschap in Vlaanderen
  • We stellen dus vast dat “Het ondernemerschap”  achteruit gaat, en dat vele mensen op individueel niveau ook niet in overeenstemming met hun essentie leven. Het is nochtans een existentieel gegeven dat in turbulente tijden van verandering men alleen vanuit zijn essentie kan groeien naar de toekomst. Vanuit dit gegeven start Jan Adins met het initiatief “ Bouwen aan  Het Ondernemerschap in Vlaanderen als comparatief voordeel in de geglobaliseerde wereld”.

    Als eerste stap wil hij in samenwerking met het productiehuis Hotel Hungaria een 50 minuten durende documentaire creëren, waarin zes top-opiniemakers elkaar op een stijlvolle en rustige locatie ontmoeten voor een weekend filosoferen en confronteren over de toekomst van het ondernemerschap in Vlaanderen. Ze onttrekken zich gedurende twee dagen aan de buitenwereld. Er ontstaan gezamenlijke gesprekken aan de ontbijttafel, discussies tussen opiniemakers in verschillende samenstellingen op plekken in de omgeving. We maken de opiniemakers twee dagen mee in een ontspannen sfeer, met confronterende meningen, met opbouwende inzichten.

    Bij de keuze van de opiniemakers zorgen we voor een verscheidenheid aan leeftijden, achtergronden, overtuigingen en inzichten. Een aantal van hen zijn Vlaamse ondernemers, anderen bieden toegevoegde waarde door historische of politieke kennis. Er wordt een long list opgemaakt die zal leiden naar een short list. Voorbeelden van namen zijn: Johan Thijs, Mark Coucke, Bart Schaerlaekens, Wouter Torfs, Jonathan Holslag, Manu en Michiel Beers etc.
    François Van Hoydonck (CEO Sipef ) en Olivier Vanden Eynde ( Founder and Managing Director Close the gap ) hebben al toegezegd om hieraan mee te werken.

    De documentaire wordt inhoudelijk voorbereid door professionele redacteurs-regisseurs die het geheel zeer naturel in beeld brengen maar inhoudelijk aansturen op verschillende thema’s (zonder dat ze daarbij in beeld komen, de kijker weet dit niet).

    De première van de documentaire zal in het najaar van 2018 plaatsvinden in de bioscoop – of op een andere relevante locatie – voor het verzameld gild van ondernemers en beleidsmakers in Vlaanderen. De pers zal hier beslist de nodige aandacht aan schenken. Er kan zelfs gedacht worden aan een samenwerking met een krant of tijdschrift waarin de tweedaagse van opiniemakers stof geeft tot nog meer verhalen in uitgeschreven artikels. Het is ook niet ondenkbaar dat de documentaire wordt uitgezonden op tv. De verdere uitwerking van het event kan vele richtingen uitgaan: het blijft bij de première van de documentaire en de weerklank ervan, er worden debatten aan gekoppeld tijdens het event, er volgt een boek nadien etc.

We willen met deze campagne een oproep tot ondernemerschap kracht bijzetten door een aantal partners aan te trekken. Wij denken hierbij aan financiële instellingen, media en industriële partners die via een financiële en structurele inbreng met hun naam en faam dit initiatief ondersteunen. De inbreng dient om de documentaire en alle structurele kosten zoals algemene administratie, infrastructuur, interactieve website, …. te dekken.

Onze financiële en structurele partners voor het luik “Documentaire” genieten van alle visibiliteit van het project. Bovendien kunnen we van een taks-shelter gebruik maken door het feit dat de documentaire zal gespeeld worden in een bioscoopzaal.

Afhankelijk van de analyse die door de toplui wordt gemaakt, zal in een volgende etappe ook een concreet actieplan worden uitgewerkt om (kandidaat-) ondernemers en ondernemingen te stimuleren om (weer) vanuit hun essentie te blijven opereren.

Sander Gee