De globale kracht van lokale consumptie

Euforie in de Nieuwstraat

13 december, een foto in de krant. Duizenden mensen in de Nieuwstraat in Brussel. De politie probeert de mensen in bedwang te houden. Allemaal willen ze de opening van de Ierse winkel Primark meemaken. Allemaal willen ze goedkope en toch modieuze spullen kopen. De agenten kunnen zich niet herinneren dat de opening van een winkel zo veel volk lokte. Primark lokt dus, verleidt met geuren en kleuren en prijzen die naam niet waardig want alles – écht alles – is supergoedkoop. De sfeer die de winkel uitstraalt is overweldigend, de modieuze chique die ervan uitgaat brengt de bezoeker in paradijselijke sferen, en met een beperkt bedrag in de portemonnee ga je met een tas vol aankopen weer buiten. De mensenmassa leeft in euforie in de Nieuwstraat want we beleven financieel moeilijke tijden, en winkels zoals Primark geven ons het gevoel dat het weer even kan, iets moois kopen, een cadeau voor onszelf of voor een ander.

De kleine man

In die zelfde dagen staakt de kleine man. ‘Ze’ zitten namelijk al genoeg in zijn zakken, en ‘de rijken’ dragen niet bij, die sjoemelen alleen maar. De kleine man kan niet sjoemelen, enkel door een stakingsdag wordt de stem van de kleine man gehoord. Voor één dag heeft de kleine man de macht. Wie wil gaan werken, is een verrader want hoe meer kleine mannen er staken, hoe harder de kreet klinkt. Hoe harder de kreet klinkt, hoe meer ‘zij die in onze zakken zitten’ rekening moeten houden met de kleine man. Ik heb zo’n vermoeden dat de kleine man na zo’n stakingsdag ‘s avonds naar huis gaat met een opgelucht gevoel. Het ongenoegen is geuit. Ik heb zelfs zo’n vermoeden dat de stakers ’s anderendaags nog nagenieten van hun acties. Ik weet niet of ze dat een paar dagen later nog doen, nagenieten als ze rekenen, tellen, betalen. Gelukkig dat er winkels zoals Primark bestaan. Mag de kleine man ook nog iets hebben misschien?

Nood breekt wet

Niets van wat u tot nu las, is cynisch bedoeld. Ik gaf slechts weer wat gebeurde, wat er werd gedacht, gezegd, gedaan en geschreven. Veel eisen en vragen op een stakingsdag, weinig antwoorden. Ter compensatie in het weekend misschien een halve dag in een winkel die betaalbare producten aanbiedt. Dat de consument geen rekening houdt met bloedarme werklui in verre landen die de spotgoedkope producten maken, daar heb ik een mening over. Maar nood breekt wet wellicht, ook voor de Belgische consument. Toch is de manier waarop de consument omgaat met zijn of haar financiële beperkingen, vernietigend voor zijn of haar toekomst.

Een eenvoudig maar vernietigend mechanisme

Goed, in sferen van nood breekt wet zal ik het niet hebben over de impact in arme landen waar de producten worden gemaakt. Ik zal het ook niet hebben over de impact op het milieu door alle vervuilende transporten. Ik wil het hebben over datgene wat de consument in zijn hart raakt: zijn job. Want consumeren kan enkel als er centen zijn en een job zorgt voor de centen. De realiteit is dat Europese – en dus ook Belgische – bedrijven onder druk staan van de prijzenslag. Toeleveranciers, lokale producenten worden uit de markt geprijsd en dat gebeurt omdat de consument goedkoop wil kopen. Zo eenvoudig is het mechanisme dat wij, de consumenten, in stand houden. Lokale bedrijven krijgen amper nog kansen om te groeien, laat staan te bloeien want een snelle check leert dat een pak aanlokkelijke winkels in buitenlandse handen zijn, een even snelle check leert dat de meeste bedrijven in buitenlandse handen zijn en dat een meerderheid aan producten niet in Europa worden geproduceerd. Voor de harde verstaander: zij innen de centen, ons land wordt er niet echt beter van. De werkgelegenheid die wij er in ruil voor krijgen is zeer beperkt en al zeker niet standvastig.

De echte nood : globaal lokaal

Ik geloof in een globale economie met als fundament het lokale initiatief dat correct wordt betaald : de bedenker, de producent, de toeleverancier, de verkoper en alle arbeiders of bedienden die zij tewerkstellen. Naïef hoeven we daarrond niet te zijn, dit kan onmogelijk van dag één op dag twee werkelijkheid worden. Het is een evolutie die jaren zal duren omdat Europa, en dus ook België, zich veel te lang heeft laten ringeloren door buitenlandse concerns die in het buitenland goedkope mensen tewerkstellen. Toch is het ondersteunen van het lokale initiatief de enige weg naar werkzekerheid. En de consument, ook de kleine man, heeft daar een verantwoordelijkheid te nemen. Al is het maar voor het beschermen van zijn of haar persoonlijke werkzekerheid. Als we iets meer betalen voor een lokaal product, kunnen lokale bedrijven groeien en bloeien waardoor zij werkkrachten nodig hebben. Het is de logica van de eenvoud. Een eenvoud die van een andere orde is dan de sloganeske en polariserende die zo eigen is aan onze tijd.

Sander Gee