Consumptie zorgt voor werkgelegenheid

De motor helt over

Een man rijdt al jaren met een zware BMW-motor. Op een onbewaakt moment stopt hij omdat hij een oude bekende ziet. Ze praten wat en hij houdt zijn voeten op de grond, zijn machine geklemd tussen de knieën. Plots speelt het spel van de zwaartekracht en zijn motor helt over. De man probeert zijn stilstaande BMW recht te houden maar dat lukt hem niet. Even later ligt hij geklemd onder de zware motor. Een stom ongeval, gelukkig zonder al te veel erg. De man houdt er een gescheurde achillespees aan over. Maar wat was er gebeurd als de man zich had teruggetrokken en niet had geprobeerd om zijn zware motor recht te houden? De motor was gevallen en de man had geen kwetsuren gehad. Het detecteren van het kantelpunt is essentieel.

Ondernemersvertrouwen is niet de enige parameter

De vraag die ik mij stel is of de wankele economie de motor tussen onze benen is, en of die economie over haar kantelpunt is of niet. De regering mikt op het ondernemersvertrouwen om de motor recht te houden. Ik betwijfel of dit de enige parameter is om dat te doen. Het evenwicht in onze maatschappij hangt af van een – naar mijn mening – groter gewicht dat ik het consumentenvertrouwen noem. Het consumentenvertrouwen heeft een veel grotere impact op de werkgelegenheid dan het ondernemersvertrouwen. Politici kraaien dat het ondernemersvertrouwen zorgt voor arbeidsplaatsen, en dus voor een dalende werkloosheid. Ik geloof dit niet, wat heeft de ondernemer er aan dat er een kader wordt gecreëerd dat hem of haar iets meer ruimte geeft om te ondernemen, wat baat dit als het product dat hij creëert niet wordt gekocht? De motor helt steeds verder over, laten we daar eerlijk over zijn.

Tastbaar consumentenvertrouwen

De consument voelt dit want hij spaart, toch als er iets te sparen valt. De consument vertrouwt de zaakjes niet langer omdat de tastbaarheid en logica van de prijszetting is verdwenen. Het water wordt duurder, elektriciteit wordt duurder, de petroleumprijs is volatiel. En als de olieprijs daalt, dan leest de consument in de pers dat Amerika aan de oorzaak ligt van die daling. Amerika wil Rusland onder druk zetten, de prijsbepaling gebeurt onder invloed van politieke items waar de consument, noch een overheid zoals de onze, een impact op heeft. Morgen kan de prijs weer stijgen zonder een voor de consument logische reden. De motor helt over en de consument weet niet goed of hij moet helpen om de motor in evenwicht te krijgen of toch maar beter de motor laat vallen. De consument zoekt naar de juiste argumenten om te helpen en hij krijgt die niet.

De marge als norm

Consumentenvertrouwen begint met het vertrouwen in de visie en strategie van leiders die een systeem opzetten dat voor de consument logisch en tastbaar is. Waar logica en concretisering van een systeem verdwijnen, heeft de consument nog enkel zichzelf om op terug te vallen. Sparen is de snelste reflex maar ook aan de zuurverdiende spaarcenten wordt onder de schuldenlast gemorreld. Het woord is gevallen, de schuldenlast. Geen mens kan zich voorstellen hoe hoog die is in deze wereld. Laten we niet eens proberen om er een bedrag op te kleven, het interesseert de consument niet. De consument voelt zo wel aan dat de schulden hoger zijn dan de opbrengsten, de consument ziet dat het systeem dat het consumentenbelang – en dus het vertrouwen – beschermde steeds verder overhelt zoals een zware motor tussen zwakke benen. Wat overblijft voor de consument is zichzelf, zijn creativiteit, zijn ondernemerschap. Het individu in de marge, met de passie om de norm van te toekomst te bepalen. Laten we hopen op steeds meer individuen en hun gedeelde passie voor de toekomstige norm. De norm is trouwens eenvoudig, zo eenvoudig als de goede huisvader en huismoeder die geen cent meer uitgeven dan ze kunnen, wiens woord wordt gegeven in vertrouwen, wiens werk correct wordt gehonoreerd. Nooit te duur, nooit te goedkoop. Te duur is uitbuiting, te goedkoop ook. Geen megalomanie maar tevredenheid met wat er is omdat het voldoende is. Vreemd genoeg lijkt deze tastbare evenwichtige logica in de marge een verdwenen hoogste goed, ooit de norm voor een waardig consumentenvertrouwen.

Recht houden of laten vallen die motor?

Zullen wij met zijn allen de zware motor recht houden of gaan we opzij en houden we – zoals de IJslandse burgers – onze handen af van het vallende gevaarte. Is dit mogelijk in een systeem waarin regio’s deel uitmaken van landen en landen deel zijn van een Europa dat bestaat bij gratie van die landen en hun regio’s? Kunnen we nog herbeginnen met een nieuwe norm die zo oud is als de mensheid, een norm die het oer-consumentenvertrouwen herstelt? En als dit al mogelijk is: op welke schaal wordt die norm bepaald, op de grootst mogelijke of de kleinst mogelijke? Mijn buurman heeft mij zonet een pompoen geschonken, ik heb hem spruiten in ruil gegeven. De transactie gebeurde in het grootste vertrouwen, met de glimlach.

Sander Gee